De Mont Ventoux ontleent zijn kenmerken aan de markante ‘vrijliggende’ positie in het landschap van dit deel van de Provence: vanuit het zuiden en zuidwesten is de top immers bij helder weer van op grote afstand te zien. Aan de noordzijde wordt het Ventouxmassief van de Montagne de Bluye (1062) gescheiden door de diepe vallei van de Toulourenc. In het zuiden vormen de Gorges de la Nesque de scheiding met de Monts de Vaucluse en in het oosten vormt de laagte rondom Sault de scheiding met de Montagne de Lure. In het westen is het bekken van Malaucène de overgangszone naar de Dentelles de Montmirail (hoogste punt 734 m). Heel typerend voor de Mont Ventoux is de asymmetrische vorm van het massief. De noordhelling is steiler dan de meer geleidelijk verlopende zuidhelling. 

De berg is vooral bekend van wieleretappes in onder andere de Ronde van Frankrijk. De eerste beklimming vanuit Bédoin is erg zwaar door de lengte van de klim (21,4 km), het gemiddelde stijgingspercentage (7,5 %) en de zomerse temperaturen in Zuid-Frankrijk.

Ik was die dag op 26 juni 2011niet te houden, daags voordien was ik met mijn echtgenote vertrokken in België per auto omstreeks 22.00 uur avonds. Na een rit van 10 uur kregen we de Mont Ventoux in zicht. Mijn eerste vaststelling , dat gaat wel meevallen. Tegen 10.00 uur s'morgens stond onze tent klaar op de camping van Bédoin , mijn fiets stond langs de auto. Och waarom niet , snel omgekleed en de eerste aanval op de Mont Ventoux. Het was toen al 28 graden , een stralende blauwe hemel en een pak enthousiasme. Ik had een en het ander reeds gelezen over de beklimming en een goede raad van vrienden diende opgevolgd te worden.

Dus de eerste kilometers tegen een mooi tempo, dat rijd goed dacht ik al !!!!!!. Vanuit Bédoin loopt het lichtjes tegen 5% schat ik omhoog, tot de eerste bocht aan de bomenstrook eraan komt.


I n totaal zijn er drie beklimmingen met een racefiets mogelijk (een zuidelijke beklimming vanuit Bédoin, noordelijk vanuit Malaucène en vanuit het oosten vanuit Sault). 

De klim werd de wielrenner Tom Simpson in 1967 fataal door een combinatie van doping, alcohol en de hitte. Drie jaar later had Eddy Merckx, op weg naar een zege, nog de tegenwoordigheid van geest om zijn petje af te nemen bij het passeren van het monument dat ter nagedachtenis aan Simpson is neergezet[1]. Na de finish zou Merckx alsnog zijn bezweken, maar in latere jaren beweerde Merckx dat hij dit speelde om onder de grote media-aandacht uit te komen.

In de Ronde van Frankrijk 2000 schonk de veel sterkere Lance Armstrong de zege op de Ventoux aan de Italiaanse klimmer Marco Pantani. Hij betuigde al een dag later spijt van dit cadeau, dat hem door veel wielerfans nog altijd wordt nagedragen.[2][3]